Het begin van Ezechiël

 

-Het visioen van Ezechiël is niet te verbeelden. En al zou je het kunnen dan nog bereik je niet wat Ezechiël gezien heeft, want hij spreekt voortdurend over “het was als” en “het geleek op”.

Het is een allerindividueelste expressie van een allerindividueelste emotie. Het lijkt op wat Saulus onderweg naar Damascus is overkomen toen hij tot zijn opperste verbazing Jezus in de hemel zag en vanuit die hemel hem hoorde aanspreken.

De verzen 2 en 3 tussen haakjes bedoelen de individuele beleving te legitimeren.

 

-Het meest karakteristieke van het boek Ezechiël is dat het een echt “ik - document” is.

Die ik is de persoon Ezechiël maar is nadrukkelijk tegelijkertijd JHWH.

Ezechiël is zo de mond van God.

 

-Maar om welke God gaat het hier?

Het is een God waaraan alle zachte kanten ontbreken.

De woorden liefde, barmhartigheid en met ontferming bewogen zijn kom je in het gehele boek niet tegen. Ze horen niet bij deze God.

De situatie waarin het volk verkeerd is de ballingschap.

Uiteindelijk zal God het volk uit die ballingschap bevrijden. Maar niet omdat Hij met ontferming bewogen is over zijn volk, maar omdat Hij zelf in zijn eer is aangetast.

De volkeren zien de ballingschap van het volk als een en bewijs van de onmacht van de God van dit volk. Daardoor is God in zijn eer aangetast. Daarom bevrijdt God het volk om zo zijn eer te herstellen.

God is hier soeverein: Hij handelt om zichzelf wil. Het gaat uitsluitend om zijn eer.

Deze God ervaart Ezechiël; het visioen is de beleving van deze God.

 

-Ezechiël had een godservaring.  

Zonder godservaring loopt het geloof leeg. Geen enkele religie kan blijven bestaan als God niet ervaren wordt.

In het christelijk geloof is Jezus de mens waarvan gezegd wordt dat hij aardt naar zijn vader(God) en dat hij sprekend zijn vader is. Dus Jezuservaring komt in het christelijk geloof heel dicht bij Godservaring.

Ook voor het christelijk geloof geldt dat zonder Jezus- en/of Godservaring het geloof leeg loopt.

Misschien leven we wel in een tijd waarin we van een godsverduistering kunnen spreken.

 

-Twee vertelde gebeurtenissen doen mij roepen: ”hier is God”.

Allereerst de ervaring van de Joods-Hongaarse Kertesz die Auschwitz overleefde.

Hij vertelt hoe “de leraar” de grens tussen dood en leven overschrijdt en zo getuigt dat het leven iets heiligs is dat niet zomaar kan en mag worden afgeschreven.

En de andere is wat er tussen een Joodse en een Palestijnse moeder gebeurt als het hart van de omgekomen Joodse zoon gegeven mag worden aan de zoon van een Palestijnse moeder.

Er is in deze gebeurtenissen iets overrompelends aanwezig, iets verwarrends.

Ik geloof dan: hier is God te ervaren.

 

-Jezus is zo’n overrompelende ervaring geweest.

Maar telkens hoor je Jezus in het evangelie van Marcus zeggen dat degene die  genezen zijn hun mond moeten houden.

Heel het evangelie moet gelezen zijn om te ontdekken waar het in het leven en sterven van Jezus uiteindelijk om gaat:

Om het zaad dat in de aarde moet sterven om vrucht te dragen.

Om een liefde die tot het uiterste gaat; die zichzelf wegschenkt.

 

-De majesteitelijke God ervaar ik in de natuur; in de overweldigende schoonheid en in de kracht.

Maar vooral ook in de majesteitelijke liefde die zich doorzet tegen elke weerstand in.

Maar soms licht God ook op in al die “kleine” gebeurtenissen waardoor een mens weer gaat staan, het weer gaat zien, er weer voor gaat.

 

“Sinds het begin is God schepper van de hemelen en de aarde.”(Genesis 1,1 in de Naardense Bijbel) Om die doorgaande beweging van het licht dat telkens weer de duisternis overwint gaat het.

 

Jan de Geus.

 

 

   

 

 

 

   

 

 

 

 

 

Design H.Westerdijk

Heeft u vragen, stuur dan een bericht naar de web master

                                 © Protestantse Wijkgemeente Holy 2012

Samenvatting Preek ds. Jan de Geus van zondag 5 februari 2012

Als u hem wil downloaden klik hier